Circulaire economie als volgende stap

Duurzaamheid, het is een term waar inmiddels heel veel onder geschaard kan worden. Gedeputeerde Ruud Burlet wil het ‘behapbaar maken’, zoals hij het zelf noemt. Zijn definitie: ‘Ons stinkende best doen om zuinig en verantwoord om te gaan met onze grondstoffen en energie.’ De grotere doelen behalen, is een proces van lange adem. Burlet: “Groeien naar een circulaire economie is een route voor de komende decennia, maar we zetten nu wel de goede stappen.”

De een is elk moment met duurzaamheid bezig. Bewust, prioriteit nummer één. De ander ziet kansen op het gebied van innovatie of nieuwe markten. Voor weer een ander is het totaal niet belangrijk. Kortom, bepaald niet het gemakkelijkste speelveld voor een bestuurder. Gedeputeerde Ruud Burlet (63) heeft duurzaamheid en circulaire economie in portefeuille. En daarmee een stevige klus te klaren. Burlet heeft jarenlange ervaring in de chemie. Hij werkte voor DSM, bandenbedrijf Vredestein en recyclingbedrijf Rubber Resources. Misschien is het die achtergrond die het maakt dat hij zeer betrokken is, veel kennis op de mat legt en het belangrijk vindt te kijken naar wat reëel en haalbaar is. Zonder daarbij de stip op de horizon uit het oog te verliezen. De ambities zijn groot: bij de overgang naar een zoveel mogelijk circulaire economie speelt ook de overheid een cruciale rol. Het Rijk heeft doelen gesteld: 50% circulair in 2030 en 100% circulair in 2050. “Dat zijn pittige uitdagingen”, realiseert Burlet zich. “Maar ze dragen tegelijkertijd bij aan de energietransitie.”

We moeten anders produceren, anders consumeren en de ketens sluiten

AFVALBEHEER WORDT GRONDSTOFBEHEER

De gedeputeerde schetst het grotere plaatje: “Duurzaamheid is niet alleen zonnepanelen op de daken van bedrijven en particulieren, rijden in elektrische auto’s of het afval scheiden. Duurzaamheid is onderdeel van de economie geworden en omgekeerd. Binnen duurzaamheid is vraag en aanbod ontstaan. Het is het creëren van een gesloten cirkel waar vraag en aanbod elkaar vinden en economische relevantie het voortouw neemt.” Limburg doet het wat dat betreft volgens Burlet helemaal niet slecht. Een goed voorbeeld is Afval Samenwerking Limburg (ASL): “Op één na zijn alle Limburgse gemeenten hiervan lid. Ze willen niet meer individueel op een traditionele manier afvalvolume in de markt zetten. Ze gaan voor circulariteit, samenwerking en grenzen verleggen. Afvalbeheer wordt hierdoor grondstoffenbeheer. Zo kom je in een circulaire economie terecht met winst voor de mens, het milieu en de economie. Anders produceren, anders consumeren en het sluiten van de ketens.”

INNOVATIE

Burlet heeft een duidelijke visie op de rol van de Provincie: “Wij zijn niet de partij die altijd en overal met een zak geld klaarstaat. Op de lange termijn bereik je hier niet het beoogde effect mee. We willen verbinder, facilitator en kennisoverdrager zijn. En als overheid het goede voorbeeld geven door circulaire economie als het ware uit te dragen. Dan creëer je kansen en een beweging. Dat leidt dan bijvoorbeeld tot gezamenlijke innovatie van het midden- en kleinbedrijf en de Brightlands campussen.” Als concreet voorbeeld noemt Burlet de ontwikkelagenda Circular Hub, die Limburg transformeert naar een circulaire samenleving met duurzame economische groei en een inspirerende woon- leefomgeving.

Circulaire economie is een route voor de komende decennia, maar we zetten wel de goede stappen

Daarnaast ziet Burlet in ketensamenwerking en kennisdeling met inwoners en bedrijven belangrijke instrumenten om naar zo’n circulaire economie te groeien. Een proces dat een bestuursperiode van vier jaar overstijgt. “Je moet dat zien als een route voor de komende decennia, maar we zetten nu wel de goede stappen. Wat wij willen doen, is deze ontwikkeling naar een circulaire economie versnellen en partijen helpen de slag naar verduurzaming ook echt te maken.”

DE WAARDE VAN AFVAL

Circulariteit en economie zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden, is de overtuiging van Burlet: “Afval krijgt in een circulaire economie een waarde. De kunst is om dit voor zoveel mogelijk afvalproducten te bereiken. Bij glas, kunststof of papier is dat op dit moment wel helder, maar bij minder courante afvalstoffen zeker niet. Dit zijn de afvalstoffen met een negatieve economische waarde. Als provincie moeten we scherp in de gaten houden wat er met die afvalstoffen gebeurt. Maar uiteindelijk zullen alle afvalstoffen in een circulaire economie een waarde krijgen. Dat betekent dat je al bij het ontwerp rekening moet houden met wat er in een eindfase, na gebruik, met zo’n product gebeurt. Op laagwaardige kunststoffen zit bijvoorbeeld niet iedereen te springen. Maar wat als we deze als grondstof in naftakrakers kunnen gebruiken om zo nieuwe kunststof te maken: dan heb je het over flinke stappen. Maar dat vergt tijd, samenwerking, investeringen en je moet grenzen durven te verleggen.”

Uiteindelijke zullen alle afvalstoffen een waarde krijgen

‘Meten is weten’ is daarnaast een belangrijk uitgangspunt van circulaire economie. Waar zit welk onderdeel van een product? Blockchain technologie zou daar een uitkomst voor kunnen bieden. Zeker in de bouw, waar ieder onderdeel van een huis of gebouw geoormerkt wordt. De gedeputeerde maakt wel een kanttekening: “Zolang wij meer bouwen dan afbreken, is 100% circulariteit in de bouw niet haalbaar.”

NEUS OP DE FEITEN

Heeft de coronaperiode duurzaamheid in een stroomversnelling gebracht? “Dat geloof ik niet”, zegt Burlet. “Het werd wel duidelijker hoe afhankelijk we zijn van materiaalstromen en de toelevering ervan. En natuurlijk is een lockdown een kans tot overpeinzing. Maar je ziet toch ook dat we na verloop van tijd weer met z’n allen de neiging hebben in het oude ritme terecht te komen. Tijdens de hittegolf konden de airco’s niet aangesleept worden. Dat is heel begrijpelijk, maar die dingen zijn niet bepaald een voorbeeld van duurzaamheid. Van de andere kant heeft corona ons min of meer met de neus op de feiten geduwd: we kunnen niet om duurzaamheid heen. Het levert innovaties op die vanuit de praktijk ontstaan. Die aandacht moeten we vasthouden en omzetten in actie, in daden. Dat is een lastige weg, want uiteindelijk denken we met z’n allen echt wel wat pragmatischer en blijken we minder doordrenkt van duurzaamheid te zijn dan we misschien zelf denken.”

ER KOMT BEWEGING

De snelheid waarmee Burlet de vraag ‘Hebben duurzame bedrijven een voorsprong?’ pareert is alleszeggend. “Je kunt beter stellen: bedrijven die er niet meer bezig zijn, hebben een achterstand. Ik ben blij dat er nu ook daadwerkelijk beweging komt. Het blijft niet bij praten en rapporten. Het moet nu gewoon gebeuren, anders hebben we een probleem. Voor mij als gedeputeerde is mijn missie dan ook geslaagd als over drie jaar de nodige initiatieven in gang zijn gezet en de circulaire economie steeds meer bij ons dagelijks leven hoort. Maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat er ook nog veel uitdagingen liggen. We moeten aan de bak. Iedereen. Met elk kalenderblaadje dat je afscheurt, komt 2030 dichterbij.”

Ruud Burlet

De een is elk moment met duurzaamheid bezig. Bewust, prioriteit nummer één. De ander ziet kansen op het gebied van innovatie of nieuwe markten. Voor weer een ander is het totaal niet belangrijk. Kortom, bepaald niet het gemakkelijkste speelveld voor een bestuurder. Gedeputeerde Ruud Burlet (63) heeft duurzaamheid en circulaire economie in portefeuille. En daarmee een stevige klus te klaren. Burlet heeft jarenlange ervaring in de chemie. Hij werkte voor DSM, bandenbedrijf Vredestein en recyclingbedrijf Rubber Resources. Misschien is het die achtergrond die het maakt dat hij zeer betrokken is, veel kennis op de mat legt en het belangrijk vindt te kijken naar wat reëel en haalbaar is. Zonder daarbij de stip op de horizon uit het oog te verliezen. De ambities zijn groot: bij de overgang naar een zoveel mogelijk circulaire economie speelt ook de overheid een cruciale rol. Het Rijk heeft doelen gesteld: 50% circulair in 2030 en 100% circulair in 2050. “Dat zijn pittige uitdagingen”, realiseert Burlet zich. “Maar ze dragen tegelijkertijd bij aan de energietransitie.”

We moeten anders produceren, anders consumeren en de ketens sluiten

AFVALBEHEER WORDT GRONDSTOFBEHEER

De gedeputeerde schetst het grotere plaatje: “Duurzaamheid is niet alleen zonnepanelen op de daken van bedrijven en particulieren, rijden in elektrische auto’s of het afval scheiden. Duurzaamheid is onderdeel van de economie geworden en omgekeerd. Binnen duurzaamheid is vraag en aanbod ontstaan. Het is het creëren van een gesloten cirkel waar vraag en aanbod elkaar vinden en economische relevantie het voortouw neemt.” Limburg doet het wat dat betreft volgens Burlet helemaal niet slecht. Een goed voorbeeld is Afval Samenwerking Limburg (ASL): “Op één na zijn alle Limburgse gemeenten hiervan lid. Ze willen niet meer individueel op een traditionele manier afvalvolume in de markt zetten. Ze gaan voor circulariteit, samenwerking en grenzen verleggen. Afvalbeheer wordt hierdoor grondstoffenbeheer. Zo kom je in een circulaire economie terecht met winst voor de mens, het milieu en de economie. Anders produceren, anders consumeren en het sluiten van de ketens.”

INNOVATIE

Burlet heeft een duidelijke visie op de rol van de Provincie: “Wij zijn niet de partij die altijd en overal met een zak geld klaarstaat. Op de lange termijn bereik je hier niet het beoogde effect mee. We willen verbinder, facilitator en kennisoverdrager zijn. En als overheid het goede voorbeeld geven door circulaire economie als het ware uit te dragen. Dan creëer je kansen en een beweging. Dat leidt dan bijvoorbeeld tot gezamenlijke innovatie van het midden- en kleinbedrijf en de Brightlands campussen.” Als concreet voorbeeld noemt Burlet de ontwikkelagenda Circular Hub, die Limburg transformeert naar een circulaire samenleving met duurzame economische groei en een inspirerende woon- leefomgeving.

Circulaire economie is een route voor de komende decennia, maar we zetten wel de goede stappen

Daarnaast ziet Burlet in ketensamenwerking en kennisdeling met inwoners en bedrijven belangrijke instrumenten om naar zo’n circulaire economie te groeien. Een proces dat een bestuursperiode van vier jaar overstijgt. “Je moet dat zien als een route voor de komende decennia, maar we zetten nu wel de goede stappen. Wat wij willen doen, is deze ontwikkeling naar een circulaire economie versnellen en partijen helpen de slag naar verduurzaming ook echt te maken.”

DE WAARDE VAN AFVAL

Circulariteit en economie zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden, is de overtuiging van Burlet: “Afval krijgt in een circulaire economie een waarde. De kunst is om dit voor zoveel mogelijk afvalproducten te bereiken. Bij glas, kunststof of papier is dat op dit moment wel helder, maar bij minder courante afvalstoffen zeker niet. Dit zijn de afvalstoffen met een negatieve economische waarde. Als provincie moeten we scherp in de gaten houden wat er met die afvalstoffen gebeurt. Maar uiteindelijk zullen alle afvalstoffen in een circulaire economie een waarde krijgen. Dat betekent dat je al bij het ontwerp rekening moet houden met wat er in een eindfase, na gebruik, met zo’n product gebeurt. Op laagwaardige kunststoffen zit bijvoorbeeld niet iedereen te springen. Maar wat als we deze als grondstof in naftakrakers kunnen gebruiken om zo nieuwe kunststof te maken: dan heb je het over flinke stappen. Maar dat vergt tijd, samenwerking, investeringen en je moet grenzen durven te verleggen.”

Uiteindelijke zullen alle afvalstoffen een waarde krijgen

‘Meten is weten’ is daarnaast een belangrijk uitgangspunt van circulaire economie. Waar zit welk onderdeel van een product? Blockchain technologie zou daar een uitkomst voor kunnen bieden. Zeker in de bouw, waar ieder onderdeel van een huis of gebouw geoormerkt wordt. De gedeputeerde maakt wel een kanttekening: “Zolang wij meer bouwen dan afbreken, is 100% circulariteit in de bouw niet haalbaar.”

NEUS OP DE FEITEN

Heeft de coronaperiode duurzaamheid in een stroomversnelling gebracht? “Dat geloof ik niet”, zegt Burlet. “Het werd wel duidelijker hoe afhankelijk we zijn van materiaalstromen en de toelevering ervan. En natuurlijk is een lockdown een kans tot overpeinzing. Maar je ziet toch ook dat we na verloop van tijd weer met z’n allen de neiging hebben in het oude ritme terecht te komen. Tijdens de hittegolf konden de airco’s niet aangesleept worden. Dat is heel begrijpelijk, maar die dingen zijn niet bepaald een voorbeeld van duurzaamheid. Van de andere kant heeft corona ons min of meer met de neus op de feiten geduwd: we kunnen niet om duurzaamheid heen. Het levert innovaties op die vanuit de praktijk ontstaan. Die aandacht moeten we vasthouden en omzetten in actie, in daden. Dat is een lastige weg, want uiteindelijk denken we met z’n allen echt wel wat pragmatischer en blijken we minder doordrenkt van duurzaamheid te zijn dan we misschien zelf denken.”

ER KOMT BEWEGING

De snelheid waarmee Burlet de vraag ‘Hebben duurzame bedrijven een voorsprong?’ pareert is alleszeggend. “Je kunt beter stellen: bedrijven die er niet meer bezig zijn, hebben een achterstand. Ik ben blij dat er nu ook daadwerkelijk beweging komt. Het blijft niet bij praten en rapporten. Het moet nu gewoon gebeuren, anders hebben we een probleem. Voor mij als gedeputeerde is mijn missie dan ook geslaagd als over drie jaar de nodige initiatieven in gang zijn gezet en de circulaire economie steeds meer bij ons dagelijks leven hoort. Maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat er ook nog veel uitdagingen liggen. We moeten aan de bak. Iedereen. Met elk kalenderblaadje dat je afscheurt, komt 2030 dichterbij.”

Ruud Burlet

!

MAURICE VAN DER LINDEN

µ

PROVINCIE LIMBURG | GETTY IMAGES